Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 157 )

„ en zonder uitlegginge ondertekend heb„ ben! "

„ Al wat Pierman weet by te brengen om „ aan zoo grove valsheid enigen fchyn te ge„ ven, is dat Clemens IX. in zyn Breve aan, „ de vier Biflchoppen zegt, dat hy noit enige „ uitneming of agterhouding omtrent het Formu,, lier zou aangenomen hebben. Dog ten mins„ ten moeit hy uit de gefchillen over de Bul',j le Unigenitus weten, dat men te Romen ,> gr00t onderfcheid maakt tuffchen eene uit„ neming, agterhouding, of bepaaüng, en tus„ fchen eene enkele uitlegging. Men bepaald „ of men krenkt eene uitfpraak niet, wanneer „ men aan alle haare deelen de fchuldige on- , „ derdanigheid bewyft; dog vérfcheide onderdanigheid volgens de verfcheidenheid der „ ftoffen. Men bepaald of men agterhoud ,\ niets van het ontzag en onderdanigheid „ die men aan het Zesde algemeen Conci„ lie fchuldig is, wanneer men verklaard, \, dat men doemd de doolingen die aldaar '' gedoemd zyn, en dat men wegens zyne ' uitfpraak tegens den Paus Honorius en " deszelfs Brieven, bereid is te bewyzen al" le de eerbiedigheid die aan zulke uitfpraa" ken toekomt. Zoo is dan ook de onderte',\ kening der vier Biflchoppen eigentlyk geen " uitneming, agterhouding of bepaaling van het " Formulier, maar eene wettige en zeer Ca" tholyke uitlegging, die aan de Paufelyke , uitfpraak in alle haare deelen eene opregte " gehoorzaamheid betuigd , dog onderfcheidenlyk, volgens het onderfcheid der ftof" fe ". Daar moeft de Hr. J. C. op geantwoord hebben; maar hy rept 'er geen woordje

Sluiten