Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 1*5 )

Genade verftaan, een noodzakende Genade, en geen andere erkennen, aan welke men wederftaat. Nu vervalt hy al tot het kunnen. Hy kan niet alleen bedrieglyk redeneeren, maar hy doed het geduurig: het komt hier op geen kunnen aan, maar op een zyn en op een doen. Hy zoekt die Luiden aanftonds daar na van lift te befchuldigen; maar zoo 'er lift is, zy is by den Hr. J. C.: zyn bedrogblykthier al. Het blykt ook daar uit, dat hy zelfs klaarder als den dag te kennen geeft, dat de V. Stellingen in het Boek van Janfenius niet zyn, dewyl hy ter. plaatze zelfs daar hy ze moeft vertonen, ze niet vertonen kan; en zig op het getuigenis, der vrienden van Janfenius te beroepen, is Zelfs belachelyk. Hoe zouden dan die Mannen , en byzonder de doorgeleerde Hr. Arnauld, gezeid hebben dat de V. Stellingen in het Boek van Janfenius ftonden ? Zulks moeft hy aan de bedrieglyke Jefuiten gelaaten hebben: deze zyn het die gezeit hebben dat de V. Stellingen in Janfenius Boek van woord tot woord ftonden: dus valt zyn eerft gewaand bewys in duigen.

IV. vLaaten wy het twede hooren: dog ik vinde my genoopt, zegt hy, om het gezegde van de vrienden van Janfenius te jlaven, en aan te tonen, dat zy waarlyk gelyk hadden met te beweren, dat de Stellingen van Janfenius waren, en dat hy ze uit Auguftinus op het kragtige heeft willen beweren. Zie daar nog eens eene grove onwaarheid tot een inleidinge. Dog dewyl hy zig genoopt vond te betonen dat de vrienden van Janfenius gelyk hadden, met te zeggen (het gene hy hen valfchelyk aanwryft) wie zou dan niet verwagt hebben, dat hier de eigen ' L 3 ' V.

Sluiten