Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 170 )

de Leere van Janfenius willen wikkelen, daar het hier eeniglyk op aan komt om de V. Stellingen in queftie bewoordelyk in Janfenius aan te wyzen: dat had Myn Hr. belooft ; daar toe vond hy zig genoopt, zoo als hy zeide, maar dat kan Myn Hr. nu niet doen: hy doed dan niets dan zelfs zyneonmagtdaar vertonen, dat is ons genoeg, wy hebben niets meer op dit ffcuk van noden, wy zullen hem derhalven met zyne Texten en redeneeringen laaten loopen. Hy antwoorde op het gene deHr. Vlaming daar omtrent vertoond heeft tegen Pierman, Vde. Brief. N°. XII. bladz. 120. —122. en N°. XIII. bladz. 122. en 123. Dat had hy moeten beantwoorden; dat doet hy niet, en komt egter even ftout te voorfchyn; dat is de trant van die Heeren Schryvers.

Dat dan de Stellingen in Janfenius niet ftaan, word nu beveftigd door de magtelooze bezwykinge van Myn Hr. zelfs, om ze uit Janfenius aan te haaien, waar door onze 8. Bemerkingen bladz. 141. —145 nog meer beveftigd worden ; alwaar wy beweerden, dat de V Stellingen in het Boek van Janfenius niet ftaan: het welk zoo zynde, leggen Myn Hrs. Brieven over het Formulier ten eenemaal induil gen. Want heeft Janfenius de V. Stellingen niet gefchreven, zoo kan men niet zweeren dat zy uit zyn Boek getrokken zyn. Heeft hy ze met gefchreven, dan kan hy 'er ookgecnen Zin, goed of kwaad, in beoogd hebben: dan kan men ook de Stellingen niet verzwoeren in den zin van Janfenius. En dewyl het Formulier zulks verëifcht te bezweeren, is het Formulier mei Regtmatig, maar zeer OnregtmaHg. Hier mede is net gefchil geëindigt tot ons

voor-

Sluiten