Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

r( • 2n >)

der gewig.tige.en doorfiaande redenen,dat Jan» fcnius die Stellingen zou gejchreven hebben, en dat hy een kwaaden zin in derzelfden zou beoogd hebben Nu het is op die twyfelingen dat de Eed van het FormulierJlaat; het zyn die tweedeer t-xyfel-agtige .zaaken, welke .men ons meiEedé 'a\r „oen bezweeren zeker te zyn; en by gevo.g heeft men ons willenvefpligten, door den Eed van het Formulier, die twyfelagtige Feu en ui duaden te bezweeren, 'waar door de verkeerde onderflelling van Myn Hr., als of de Eed van het Formulier niets anders behelsde dan eene verzekering dat men regtgeloovig of Catholyk is, wederom geheel in duigen valt.

Wilt Myn Hr. nu weeten Waar toedè Eed van het Formulier gediend heeft ? ik zal het zeggen: om de Moliniaanfche Leer te doen zegenpraalen, om de Jefuiten, in hunnen tyd, meesters van de Hooge Schooien, Academiën , Univerfiteiten, Bisdommen en Paftoryen te maaken; om alle hunne tegenftryders verdagt te doen houden, om des te geruffcer meefters' van het veld te blyven, om dus zonder tegenftand hunne dwaalingen te verfpreiden, eh om daardoor twift, onè'enigheid en fcheuringen volgens de belangens der Jefuiten en van hunnen aanhang te verwekken, gelyk gefchied is.

De verdere opwerpingen en antwoorden bladz. 102 — 106. komen hier wegéns Sdsae zaaken niet te pas. De eerfte, rakende den goeden naam van Janfenius, moeft hy opgeworpen hebben daar hy wilde toonen dit de V. Stellingen in het Boek van Janfenius ftaan, het welk hy niet heeft kunnen doen,, alhoewel hy 'er zig genoopt toe vond. Dan zou hy gezien hebben,; dat hy den goeden naam van Janfenius

Sluiten