Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 2J7 |

Werken gelezen te hebben, moet een Chrifteii leezer bekennen, dat wy in onze dagen de vervulling gezien hebben van het gene de Apostel Paulus voorzeide 2. Tim. III. „ Dog gy „ moet weten, dat 'er in de laafte dagen ge^ „ vaarlyke tyden zullen komen* Want _ dé „ menfchen zullen bezeeten zyn met eigen lief„ de, geldgierig , laatdunkend, hoovaardig, „ kwaalykfprekers , wederfpannig tegen de Ouders , ondankbaar, ondeugend. Liefde» " loos, trouwloos, agterklappers, onmaatig, wreed, zonder goedlievendheid, verraaders, », moedwillig, opgeblaazen, en liefhebbers der welluften, meer dan van God: die Wel eenert " fchyn zullen hebben van Godvrugtigheid, '„ maar de kragt daar van zullen verlochenen.

Want van deze zyn het die in de huizen in* " fluipen , en de vrouwluiden gevangen lei',' den, die met zonden belaaden zyn, en dóór veelderleye begeerlykheden gedreven Wör* den: die altyd leeren, en nooit tot kenniffe ]] der waarheid komen. Dog gelyk Jannes en Mambres Moifes tegenftonden, zoo " ftaan ook deze de waarheid tegen: Menfchen " bedorven van verftand , verkeerd omtrent " net Gelove. Maar zy zullen verder geen " voordgang hebben, want hunne dwaasheid. ' zal voor ieder een openbaar worden,_gelyk " die der voorgenoemden ook geweeft is," " Hier is dan nu heel wat anders, als eene gé» Waande verdagtheid van kwaade leere * dien" men, ik weet niet waar, moet zoeken. Die fchroomelyke Leerftukken zyn het welke j volgens den Hr» J. C. bladz. 234. va» de Kerke verdragen worden: en elders bladZ; idrj. had hy noetans gezegt in tegendeel! de Boekenj P* $tiif\f'

Sluiten