Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 297 )

doemd leeft. Bladz. 120. zyn vérfcheide der gedoemde Stellingen dubbelzinnig, duifier of twyfelagtig: ten minsten, voegt hy'er by, kunnen zy eenen kwaaden zin hebben, en bladz. 195., zyn die zelve Stellingen ongerymde en openbaare dwaalingen: en bladz. 207.zegthy(hoewel verkeerd) dat de Paus verklaart in zyne Bulle, dat de dwaalinge daar niet openbaar is.

Hier wederom vraagd hy: om dat alle die Stellingen en elk in het byzonder gedoemd word, zal men daar uit befluiten dat zy in haar letterlyken zin, dat is, op zig zelfs, en niet in den zin des Schryvers gedoemd worden ? Ik befluit daar uit i°. dat de Hr. J. C. niet weet wat hy fchryft; en dat moeten alle zyne- lezers ook daar uit befluiten, dewyl de eene bladz. van zyn Schrift de andere tegenfpreekt: ik befluit daar uit 20. dat de 101. Stellingen in de Bulle gedoemd zyn in haren natuurlyken zin, en ook in den zin des Schryvers, die den natuurlyken zin beoogd heeft; want als men iets fchryft, beoogd men den natuurlyken zin in het geen men fchryft, om dat men zoekt verftaan te worden ; en als men Stellingen doemd, men doemd ze in haren natuurlyken zin, als men geen anderen zin duidelyk uit' drukt of verklaard , zoo als Myn Hr. zelf genoodzaakt is geweeft het te bekennen bladz. 124. Nu Clemens XI. heeft de 101. Stellingen opbaar zelve gedoemt, zonder enig gewag te maken nog van den zin des Schryvers: nog van enig andere zin. Immers, zegt de Hr. J. C. de Bulle zegt het niet: (zy moeft het zeggen). Die woorden:

alle , en elke in het byzonder , betekenen

zulks ook niet: zy betekenen het wel degelyk; en de zin des Schryvers is de natuurïyke, overeenkoraftig met de Leeringe der H. Vaderen, T 5 200

Sluiten