Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 298 )

zoo als betoond is, en daarenboven de Bulle bepaald geen zin ter wereld. Myn Hr. befluit nogtans bladz. 144.: Maar dit zoo zynde ,gy ziet nu van zelfs dat uwe opwerping deminjte kragt niet heeft, dewyl het volkomen blykt, dat aldus de Paus, niet den zin der H. Schriften en Vaderen gedoemd heeft, maar eenen anderen zin, namelyk dien van den Schryver der Zedelyke Aanmerkingen, welke onder de woorden van de H. Schriften en VaderenJchuilt. Maar dit zoo niet zynde, gelyk het zoo niet is, kan Myn Hr. en allen die zien willen, zien, dat 'er de minfle kragt in Myn Hrs. redeneeringen niet is, dewyl het volkomen bewezen is, dat de Paus , volgens den natuurlyken zin van zyne Bulle, den zin der H. Schriften en der Vaderen gedoemd heeft, met welken zin de Zedelyke Aanmerkingen volkomen overeenflemmen. Myn Hr. bewyze het tegen gemelde geleerde Schryvers eens anders.

Dog fchoon zyn Mannetje het nu van zelfs ziet, fchynt hy 'er egter zelf niet veel ftaat op te maken, dewyl hy het hem nog tragt te bewyzen. Hy zegt dan dat de Paus, of Kerke, gene woorden of Stellingen kan (hy had moeten zeggen van den Paus, dat hy niet mag) doemen, als zy geen anderen zin hebben dan zy in de H. Schriften of Vaderen hebben, dat is, als zy niet verdraaid worden. Den zin der Stellingen hebben de Bulgezinden trouwloos verdraaid; de Kerk komt hier niet te pas, maar de Paus, en die kan het zeker doen (of hy moet de Paus voor onfeilbaar houden,) maar hy mag het niet doen. Zoo moet men geduung zyne woorden uitleggen, dan zelfs als hy iets zekers meind te zeggen.

Op zyne vraage, die 'er opvolgt bladz. 144. is het antwoord: wy: wy zeggen het, als de Paus

den

Sluiten