Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 3*9 )

dien hy niet had zoeken te'misleiden, was dat de regte weg, welken hy had moeten inflaan; maar hy wagt 'er zig wel voor. Al wathy aanhaald, is een eenige Text uit den H. Prosper , en die hy nog zeer magertjes vertaald. Al het overige van zyn antwoord zyn, of vooröordeelen, of onregtzinnigheden, of ontwykingen. Hy gedraagd zig eerft bladz. 200. en 201. of het alleen de leere van den H. Auguftinus en van den H. Thomas was, die men zegt in de Bulle gedoemd te zyn; en men moet zig, volgens hem, verwonderen, dat de Apellanten zoo durven fpreken van Clemens XI. als of hy de leere van die twee Leeraars gedoemd hadde. Wat zal hy dan verwonderd zyn , dat wy Clemens XI. voor eenen begunftiger der Pelagiaanfche gevoelens hebben te boek gefteld? Maar laaten wy zien hoe hy bewyzen wilt dat Clemens XI. de leere van den H. Auguftinus en van den H. Thomas niet gedoemd heeft. Een voornaame Apellant, zegt hy, had aan den CardinaalFebroni gefchreven, dat Clemens XI. 17. of 18. Stellingen geleerd heeft, die volkomen gelyken, zoo niet in woorden , ten minften in den zin, aan die hy in zyne Bulle gedoemd heeft. Daar uit zoude hy dan gaarne doen befluiten, dat Clemens XI. de leere van de H. Auguftinus en Thomas niet gedoemd heeft. .

Denkt hy dan dat Clemens XI. met anders heeft kunnen fpreken of Preken, en anders te werk gaan of doen? Weet hy nog niet, dat men nergens de konft van veinzen beter kon leeren, dan in de School der Jefuiten? Daarenboven ziet men wel uit zyne Brieven Paftoralis Officii, hoe weinig agting hy had X 5 voor

Sluiten