Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 334- )

het fpringt aanftonds elk in het oog, dat de taaie der Stellingen en die der H. Schrift en Vaderen dezelve is. Wy hebben in de groote Hexaples in 4". de proeve 'er van gegeven , en gy zult het van uwen kant noit beftaan te doen, of gy zult uitgelachen worden, gelyk P. Huilenbrouck.

Hy gaat nog even onbefchroomd voord t want dat zelve doed men, en weimet regt, indefchoolen der Augufiiniaanen, en Thomiften (de Auguftiniaanen en Thomiilen zyn dan maar draaijers, volgens den Hr. T. C., hoewel zy met re<?t in hunne fchoolen draayen. En waarom zouden anderen met zoo veel regt niet kunnen draayen ? Hoe heeft die Hr. hier zig van zulk een uitdrukkinge durven bedienen!) -dog als men ze bcfchouwt (de Stellingen) op haar zeiven en in den zin des Schryvers, clan is 'er niets meer onwaar, en firydig tegen alle regtzinnigheid, dan dat die Stellingen zouden gelyken naaide leering der H. Schriften en Vaderen, ter)vyl het integendeel blykt, dat de Texten van Vaderen {want wegens de H. Schriften is het dwaasheid te willen zeggen, dat de Stellingen de ei«enfte woorden zyn) welke het meejl daar na gelyken , eenen heel anderen zin hebben. Hier hebben wy eenen regten draayer , en een waaghals, die alles zegt, zonder bewys, wat hem beliefd. .

Wy houden integendeel fiaande, dat 'er niets meer omvaar eltftrydig tegen alle regtzinnigheid is , als dit roekeloos voorgeven van onzen nieuwen Schryver. Wy hebben in ons Antwoord op zynen VI. Brief de Schriften aangew- zen, waar in men ons gezegde als met de zonneitraalen kan bewaarheid zien, en

wy

Sluiten