Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 34i )

Nu volgen 'er wederom een deel vraagen. Op de eerfte antwoorden wy, dat het hier op geen onfeilbaarheid aankomt. Het zelve antwoord op de tweede vraage; eene Moraale zekerheid, is ons hier genoeg. Op de derde vraage antwoorden wy, jaa, als het vonnis niet onregtvaardig is. Op de vierde vraage zeggen wy ook jaa , als het bewezen is dat de gene die gevonnift is, een misdaadige is. Op de vyfde vraage antwoorden wy het zelve , in het zelfde geval, van eene waare misdaadige.

Uit alle die onderftellingen in de lügt trekt hy dit befluit: derhalven wanneer het blykt dat zoo een misdaadige wettelyk verdagt is\ en de Overheid plegtiglyk geoordeeld heeft, dat hy 'er overvloedige redenen toe gegeven heeft, is het altyd veiliger het vonnis der Overheid aan te nemen, als de verfchoningen van denveroordeel' den. Geheel die redeneering fteunt wederom op eene valfche onderftellinge , namelyk, dat men iemand op enkele verdagtheid, zonder grondige bewyzen, kan en mag veroordeelen. De Hr. J. C. die zyn geheelen Gefchrift daar op gebouwt heeft, heeft die grondregel geleerd in YietWetboek der Turken. Hunne Keizer volgd ftiptelyk die grondregel, als hy zig van iemand wilt ontdoen: op de minfte verdagtheid, zonder nog den befchuldigden of getuigen te hooren, zend hy maar een Janitzaar om den yerdagten te wurgen of de kop af te Haan,

zonklaar de leere der H. Schrifte en der H. Vaderen doemd „ en de Jefuitfche dwaalingeu begunftigd. Die Bulle was zeker niet Maar genoeg voor de Vranfche Biflchoppen.

Y 3

Sluiten