Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C34S )

waar is 'er iemand in de wereld, in wat Boek heeft de Hr J. C. gezien, dat iemand die kwaade Leerltukken ftaande gehouden heeft, welke hy voorgeeft door de Bulle gedoemd te zyn ? Myn Hr. kome dan niet meer met zyne gewaande verdagtheid te voorfchyn, maar toone wie die kwaade Leerftukken geleert heeft, welke hy wilt, dat de Bulle doemd; daar zullen wy hem op vaft houden. Hebben die Geeftelyke ordens hun gevoelen verdedigd, dit hun gevoelen, het welk niet anders is dan de leeringe van de H. Auguftinus en Thomas, jaa van de H Kerk, is ook beftreden geweeft door de Moliniften, en de twift tuifchen die Geeftelyke ordens en de Jefuiten liep niet over harfenfchimmen, maar over de leer van die H. Vaders ; zoo dat de Hr. J. C. of heel onkundig is wegens die zaak, of ter kwaader trouwe fpreekt op het einde van bladz. 208. en opliet begin der volgende.

Uit zyn fchuilhoek by die Geeftelyke ordens vlugt hy te rug tot Clemens VIII. en Paulus V. De verfchillen, zegt hy, die 'er onder [de Catholyken zyn wegens de werking der Goddelyke Genade, heeft Clemens XI. volkomen in die ftaat gelaaten daar zy voor en na de vermaarde Vergaderingen onder Clemens VIII, en Paulus V. gehouden over de hulpmiddelen der Goddelyke Genade altyd geweeft zyn. Het was voor eerft liegt genoeg dat Clemens XI. de dwaalingen van Molina over zulke gewigtige ftukken liet verfpreiden , en in dezelve ftaat liet blyven; maar hy heeft het llegter gemaakt, want hy heeft de verderflyke leere van Molina en der Jefuiten begunftigt door zyne Bulle, en dit is zoo waar, dat de Hr. J. C. zelve genoegzaam bekent

Sluiten