Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 386 )

genftaande de Verklaaring van Clemens XI. cn van de twee anderen gemelde Paufen,welken Myn JHr. té voorfchyn brengt, heeft men beweerd, en blyven beweren, dat hy reden gegeven heeft van te denken, dat zyne mening anders geweeft is, en dat die Bulle tog in dien zin moet uitgeleid worden, in welke hy zegt dat hy de Stellingen gedoemd heeft, namelyk 200 als zy luiden enz. Indien men zulks na de verklaaring yzn Clemens XI. niet beweerd had, waar toe dienden dan de verklaaringen van de andere Paufen nog zoo lang daarna, daar Myn Hr. zig op beroept ? Kende dan de vermaarde Hr. Languet die verklaaring van Clemens XL niet? waarom heeft hy zig dan op zyne Bulle Unigenitus beroepen, om die twee gewigtige Leerftukken in de Schriften van Bellelli en Berti te beftryden? want hy beriep zig niet op de ver klaaring Van Clemens XI., maar op zyne Bulle.

Dog dit beroep van Myn Hr. op de duiftere verklaaringe van Clemens XI., ontdekt ons de reden, waarom Myn Hr. zoo fchielyk van de H. Vaders tot de Auguftiniaanen en Thomistcn gevlugt is, namelyk om zig daar teverfchanzen. Hy moeft bewyzen dat de leere der H. Vaderen in de Bulle niet gedoemd was: ten dien einde bragthy alleen maar de I2de Stellinge te voorfchyn, en haalde maar uit alle de H. Vaderen een eenig Text je, en dat nog magertjes en duifter vertaald, uit den H. Prosper alleen by; en onder dien Text bezweek hy nog, gelyk wy gezien hebben, en vlugte oogenblikkelyk tot de Auguftiniaanen en Thomiften, daar hy is blyven fch'uilen en zig verweeren , zoo lang als hy konde, tot dat hy 'er uitgeflagen wierde, gelyk ook gefchied is.- Dus blykt het,

dat

Sluiten