Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 396 )

gemaakt heeft.W as het dan >n>«j dieal co iaaren voor dac zyn Boek uitkwam . oorzaak was dat Molina met zulke eene veragting iprakvanden dugujtmus, en van zyne leering, als hy al fchim pende zeide: Safoi ^BJ reverentid, quce ei debetur maxima, mefsyrc <fo groote eer-

bied welke km verfchuldigdis,moet menzyne leering met volgen? die voegde hy'er

by, is oorzaak geweeft van den opgang der Pelagiaanfche en half. Pelagiaanfche Ketteryen: het ware te wenfchen, dorlh hy nog zeggen, dat hy noit gefchreven had (*). En zoo fpreekt ook nu de echo> van Molina: het is Janfenius, zegt hy, die oorzaak ts geweeft van den opgang der Pelagiaanfche leere van Molina. Het zyn ook, zegt hy, de voorftanders van Janfenius , Vader Quenel enz. die gelegenheid daartoe gegeven hébben.

JMeen

(*) Wy hebben hier boven gezien (bladz. 3*1 en m, ï met welke verf naading andere jefuiten gefproken hebben va.i den H. Augufttnui: een Sudrez een MdJdonaf, een Pater Aaam enz. Op Molina en op de andere Jefuiten of Moliniften cue zoo hebben durven fpreken Van den H. Auguftinus mag men wel dan toepallen het geen de h. PresperzeOl van de half Pelagiaanen die hoewel gemagtigder als d« vo:flage Pelagiaanen, egter met geen minder veragtins en rszerny van denzelven H. Auguftinus fpraken, om zvne leere haatelyk te maaken: dignum quip?e eft, ut quorum fequuntur jtntentiam, imitentur injaniam. Vermits' zv de gevoelens der Pelagiaanen volgen, zoo is het nie t 'te verwonderen , jaa het betaamt ook dat zy hunne verwoedheid navolgen. Contra Collat. Cap. XXI. „ Alle de gee„ nen zegt de beroemde BoSSÜET, die maar eenigzinde „ Pelagiaanen bcgunft.gtjiebben, zyn , als door een £. „ tuurlyk gevolg, vyanden van den H. Auguftinusgewor„ den.Vous teux, qui par quelque endroit que cefut ont „ voulu favorifer les Pelagiens, font devenus naturel„ lement les ennemis de S. Auguftm. Defenfe delaTradi„ tion enz. lom. 2. p-g-39. in 80. J

Sluiten