Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

464 AANHANGZE L.

Tot een nieuw bewys dat men tegenwoordig overal van de Janfeniftery en van de zoogenaamde Janfeniften op een heel andere wyze fpreekt als de Hr. J. C. doet, en als hy het de eenvoudigen en onkundigen zoude willen wysmaken, zullen wy hier nog voegen het'geen men leeft in het XXXIII Deel van het Journal in de Hoogduitfche taaie, tot titel voerende: Hoogduitfche Algemeene Bibliotheek, welke te Berlin gedrukt word met Privilegie van den Keizer, van den Koning van Pruijfen, en van den Keurvorft van Saxen. In dat Deel, dut in het jaar 1778 uitkwam, word gefproken, i». van een Libel onder deze titel: De Janfeniften ontmaskerd; en 20. van een dito met deze titel: Befchryving van het Janjenitfche land (*). De Schryvers van dat Journal waarfchouwen den Lezer wegens deze nu overal bekende zaak: „ dat het altyd een vafte Stelregel is geweeft „ van de vernietigde Sociëteit der Jefuiten en „ van deszelfs Leden, om den naam van Ket„ ters te geven aan alle de genen die kloek-

„ heids

(*) Het eerfte Boekje was een pitoyabel opgewarmde hnspot van het Franfche Libel wegens de vermaarde Vergadering van Bourgjontair.e , het welk door een Arrejl van het Pariament van Parys veroordeelt wierd den 21 April 1758. om door Beuls handen verbrand te worden, als lajlerlyk jegens Bifchoppen, Leeraars enz. die eer en agting waardig zyn, om hunne wel bekende ie ver voor den Cod.dienjl. Dit zelve Libel, het welk de Jefuiten in het Latyn hadden overgezet, wierd ook daarna verboden door de Regeering te Augsburg en te Milaan. Het tweede fchynt ook maar een herhaaling te zyn van het geen de Geleerde Ilr. Arnauld zoo bondig wederleid heeft in het 2de en 15de Hoofdiluk van het 8fte Deel van de Marais 'pratique.

Sluiten