Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IS PROEVE OVER. DE

ons vermogen is, althans in geenen deele afkeurd, of voor iets berispelyks} acht. — Dan, wat nu aangaat de geoorloofdheid en nuttigheid der uitbreiding onzer kennis , ten opzichte van het toekomende: Zoo laaf ons de gezonde rede raadplegen, en eens vraagen, waarom het toch meer berispclyk zoude zyn, de kennis der dingen, welken in de Natuur buiten ons vqrftand beftaan, naar den Tyd, zoo ver als naar de Ruimte voorttezetten ? Alle toeneming in kennis van 't Heelal, naar de Ruimte, word toegejuicht en aangemoedigt. Men zegend de uitvinding der Verrekykers en Thelescopen, die ons, zcdert geruime derdehalve Eeuw, in ftaat gefteld hebben, de Maanen der Planeten Jupiter en Saturnus te ontdekken; Sterren aan den Hemeltrans te zien, en te ondericheiden, waarvan wy voorheen niets wisten; Een nieuwe Planeet in ons Wacreldtelfel te ontdekken; Dq afftanden van Zon- en Dwaalfterren te meten. En na alle deze vorderingen, in dingen, die zoo veel Eeuwen -aan het Menschdom verborgen geweest zyn, ja die in *t gcdichtfel der gedachten niet waren opgekomen, blyft men nog niet ftilftaan: Men tracht de onbegrensde loopkringen der Comecten opteipeuren; Men poogt verichilzicht op de vaste Sterren te vinden, en dus hunnen afftand te berekenen, om met dien maatftok dieper dan den Melkweg doortedringen. Niemand zegt, houd op vermetel en nieuwsgierig Sterveling! Onderwind U niet, de Grenzen der Scheppinge optefpeuren! De Natuur, tot in 't oneindig kleine of groote, ftaat U niet vry te doorfnuffelen! Niemand roept hem toe, laat af, gy wild in Gods verborgenheden dringen!

Zoo-

Sluiten