Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

40

PROEVE OVER DE

meesten leefden goedsmoeds, wachteden aldus het oogenblik, waarin zy ter Ontzielinge wierdeu weggefleept. Men zou, daar deze Bydragc, op de beste en eenpaalïgfte fchriftelyke getuigenislen, rust, fcbier zonder machtfpreuk mogen gelooven, dat indien der Menfchen toeftand en vooruitzicht, gemeenzaam gelyk wierd,aan die van Hoenderen en ander tam Gcvleugelte in een Mestkot, zy zich in het einde aan dezelve gewennen zouden.

En mag men hier niet toebrengen, (fchoon deze aanhaaling een ware Locus comunus is) wat men dagelyks ziet gebeuren, ten opzichte van den Dood, dien algemeenen Koning der Verfchrikkinge! Die Dood is zeker; en de onzekerheid van zyn verrasfend oogenblik, aan tyd, noch ftond, noch jaaren, noch Jeugd, noch Ouderdom, gebonden, is welbekekeu, een des te wreeder prikkel van bekommering, in myneoogen, dan of hy door ieder Mensch, op eenen bepaalden oogenblik wierd vooruitgezien. Alle dagen word, door de onver wachtte llerfgevallen, deze bekommering wakker gemaakt. Maar, -wat gebeurt 'er ? Is het redelyke Schcpzel hier over, door den band, in angstvalligheid, in onrust, in beklemming van vrees en bczorgtheid? (Want ik fpreek hier nu niet van den altoos ftervens bereiden Christen) Niets van dit alles: En hy die morgen in de Eeuwigheid zyn zal, flentert heden, al lachgend enfnappendmede, by eene Lykftaatfic, van een z\ ner op het onvoorzienst verraschte Natuurgcnooten. Wat mag de oorzaak zyn, van deze verbaazende onverfchilligheid, in 't midden van zulk een, niemand uitzonderend, wreed en angstvallig onzeker? Dg Duit.che Dichter van het uitmunten-

Sluiten