Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

54

PROEVE OVER DE

paalde zaaken en voorvallen onze Voorwetenfchap al of niet henen gaan moge; Of hoe naauwkeurig zy al of niet moge zyn; Of welke natuurlyke, redelyke en wetenfchappelyke middelen, wy daartoe, al of niet zouden mogen in 't werk Hellen. De Bybel, verre van de middelen ter vermeerdering van ons vooruitzicht te gispen, beveelt ons, op de Teekenen der Tyden acht te geven. Voorfpellende Droomen zyn in den Bybel genoeg bekend, en van het gebruik der Urim en Thumim, fchynt men mede eene ontvouwing der toekomftige Gebeürenisfen te mogen vooronderftellen. Aan Rhkia en Achah zyn, byzondcre en hunne Perfoonen betreffende, Voorfpellingen, van Gods wege, gedaan. Maar of dit niet genoeg ware: Het Opperwezen is zelfs de Voorwetenfchapvan het Menschdom, in zaaken van het hoogde belang, te gemoet gekomen, en heeft hen verwaardigd, met gunstige en ongunftige Voorfpellingen, van het Toekomende ; Die het, op datze toch niet zouden worden in den wind geilagen, uit zynen naam, en van Mannen, door zynen Geest gedreven , heeft, doen verkondigen : — Ten blyke althans , dat in de Voorwetenfchap als Voorwetenfchap, niets hinderlyks voor den Mensch moet gelegen zyn.

't Is waar, men kan. wel een Schriftuurplaats aanvoeren , waarin het weten van het Toekomende , als een uitfluitende eigenfehap der Godheid word voorgeftcld, en waaruit men dan het gevolg trekt, dat het Menschdom nimmer, door natuurlyke wegen, tot de kennis van het Toekomende geraken kan. Met dat oogmerk bezigt men vooral Jefaia -XLI.vs. 23 en 23. I laai op de minfte aandachtige befchouwing zal men be-

fpeu-

Sluiten