Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66

PROEVE OVER CE

te min buiten allen kyf is, dat, zoo zeker als het ontwyken van gevaren over hem beftemd zy, zoo zeker ook het middel zyncr wyze gedraging, voor uit, als eene conditio fine qua non, vasten onfaalbaar ftaan zal. Wat'er intuifchen van deze Middelkennis wezcntlyk zy, daar over is oneindig veel geharreward, en men houd het thans voor een der ydele toevluchtcn in de Scholast) ke zintvvisten, fchoon men het denkbeeld op zich zelve, in het afgetrokkene, Wysgeerig bezigen kan; Zoo als men doet, by alle zedelyke vermaaningen, nopens 'sMenfchen gedrag; Niet alleen ten opzichte van hetLecrftuk der OntvvyfFelbare Voorweten ,'chap, maar ook nopens dat der Voorbefchikking of Predestinatie. Men zie verder hier over, wat wy in 't vervolg dezer. Verhandeling $ 174—177 nog zullen aanteekenen.

S 64.

Maar weder ter zaake: Schoon ik zelfs een tyd lang in het Leeiftuk der Byzondere Voorzienigheid, eene wezentlyke bedenkelykheid , tegen het noodlottige , 't welk eene Voorzegging uit de Sierren fchynd te vooronderftellen, meende ontdekt te hebben, komt het my, by nadere oveiweging van alhetbovengemeldde,beilisfend voor, dat die zwarigheid van zelveverdwynt. De bepaaldheid en onfaalbaarheid van een Lot, waaraan den Meniche onderworpen is , behoeft den Christen geen cogenblik te doen twyfl'elcn, of hy onder het opzicht ee« ner Bj rondere Voorzienigheid zy, en het belet hem, de zaek wel en vcoral Wysgeerig ingezien zjnde, myns

be-

Sluiten