Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STERREN.-VOOILZECKÜNDE. I09

ten en Regels derzelve niet gefproken word, ea dat het betoog der waarheid van die Harmonie, geheel onafhanglyk is, van de Kennis der Wetten en Regels van dezelve. Leibnitz heeft de, in alle zyne Werken door. dralende, vooronderftelling eener Algemeene Harmonie, op een bewys a posteriorie, of van achteren, zo als men het noemt, gegrondvest, en ook niet anders kunnen doen: Want de Orden, het Verband en Zamenhang, die 'er in de gantfche Natuur beftaat, cn waardoor het Heelal maar één eénig ding is, fchoon «it ontelbare Zelfftancligheden beftaande, moet eenen voldoenden grond hebben. Deze moet beftaan of in eene wezenlyke werking, dat is overgang en mededeeling der krachten van de eene Zelfflandigheid in de andere, of door eene met elkander Harmoniërende Werking, van iedere Zelfftandigheid op zich zelve: Daar fchynt volftrekt geen' anderen middelweg te wezen. VVyl 'er nu volgens dien grooten Wysgeer , geen ware Zelfftandigbeden zyn , dan de eenvoudige Eenheden der Natuur, zoo ftryd de overgang der kracht van de eene Zelfftandigheid in de andere, tegen het beginzel der voldoende rede, en kan niet beftaan: Derhalven fchiet 'er niets anders over, eo men is gedwongen, indien men de volttrekitEen'ieid van alles, of de Leer van Spinoza wil vermyden, de Algemeeue Harmonie tusfchen alle Zelfftandigheden, en dus tusfchen het Heelal en zyne Deelen aantenemen. Dan dergelyke bewyzen a posteriorie, die men zoo wel indeftrenge|betoog-trant der Wiskundigen, als indeMethaphffica, en alle andere Wetenfchappen ontmoet, hebben dit eigen, dat zy ons wel van de Waarheid eener zaak overreden, maar nie;

doet}

Sluiten