Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

113 PROEVE OVER DE

'er niers gemeens door ons waarnemclyk is, tusfchen de Graden van de Ecliptica, de Hemelvakken, de Planeten, Gefterntens enz., aan de eene, en Menfchelyke Lotgevallen aan de andere zyde? Geen edelmoedig en onzydig Onderzoeker der Waarheid, en dus vooral niet den Heer Profesfor Krom, zal ons een dergelyke Lo* gica willen opdringen.

§

Wat zyn Wél Eerwaarde in het midden brengt, ten opzichte der Waarnemingen, die men van zoodanig eene Harmonie, gedurende verfcheiden Platonifche Omwentelingen zoude moeten hebben gedaan; Dit rust op eene andere zwaarigheid, ontleend uit het verloopen der Vaste Sterren, welke in § 31 van des Hoogleeraars Verhandeling, over de Waarde dtr Horoscoopkunst, voorkomt; waarop wy hier agter, $ 153—158, zullen antwoorden. En wat eindelyk zyn Wel Eerwaarde ki het flot van § 24, tegen het ftelzel, dat de Sterren Moniteurs of Aanwyzers zyn, uit hoofde van het Leerftuk der Byzondere Voorzienigheid aanvoert, fchynt mytoe hier vooren § 6r— 64 ten vollen opgelost te wezen.

S 116.

Zoo veel meende ik ter eere van de Horoscoopkunsfi in het byzonder, by gelegenheid van dit betoog, te moeten zeggen. Men pronkt, myns bedunkens, in de achten? waardigde en geroemdfte Wetenfchappen, wel met

Sluiten