Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sterren-voorzegkunde. * 201

geachten Heer Brakel, in het II. Deels 3. Capittel, de, XX. § van zynen Redelyken Godsdienst opgeeft, alhier aan een iegelyk ter beöordeeling, beknoptelyk intelasfchen. Toen deze vermaarde Man te Stavoren als Lceraar ftond, hadden eenige brave lieden aldaar, wier Erfhuis beftolen was, volgends eene, onder hen bekende overlevering, zonder te weten dat zy hierin misdeden, tot ontdekking van den Dief, by zekere plaats van het Testament (waardoor het duister fchynt, of hier den uiterften wil van eenen overledenen, of den Bybel bedoeld zy, wyl dit Testament vervolgens een Boek genoemd word) eenen Sleutel gelegd, en voorts zaaken daarmede in 't werk gefield, die de Heer Brakel niet bcpaaïdelyk te kennen geeft: Met dit gevolg, dat op het noemen van des Diefs naam, het Boek met den Sleutel, 't welk zy voorbedachtlyk zeer vast hielden, zich uit hunne handen wrong, en eenigen tyd , rondom draayde als een Tol; en dit gebeurde niet eens , maar dikwyls, ja zoo meenigraaal als zy het experimenthevhaalden. — De Heer d Brakel fchryft de uitwerking van dit geval aan den Duivel toe, en trekt daar hetgevolg uit, dat de Booze Geest, al word hy niet met voordacht en boos opzet geraadpleegd, zich in het Spel mengt, wanneer men die teekenen bezigt, dat is, die wegen inflaat, waar langs hy gewoon is zyne bcdryven te verrichten. De grond van zekerheid ondertusichen, die de Heer Brakel van dit Verhaal geeft, is vervat in deze, 's Mans eigene, woorden: Een dezer Lieden vertelde het my, zoo ik meene des anderen daags, N 5 als

Sluiten