Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

202 PROEVE OVER DE

als een Historie; Zonder te weeten dat zy daar kwaad aan gedaan hadden.''''

S 188.

Daar is dus in dit Verhaal, waarin noch de wyze van vasthouden van.het Boek enden Sleutel, noch den trap der eenvoudigheid, des ooggetuigen perfoons, die het Vertclzel aan den Heer Brakel deed, bepaald word, geen de minde hindernis, om temogen gelooven, dat iemand van de by het geval tegenwoordige Erfgenamen, de Dief, hetzy by gisfing, het zy by overtuiging, ophetfpoor gehad hebbe; Doch niet voorzichtig oordeelende, dcnzelven regtdreeks bekend te maken, een aan hem bewust loopjen,tot dat einde, geopperd hebbe, en met de anderen mede, de vingeren aan het vasthouden van het Boek, en den Sleutellecnende, hetzelve, op eene behendige wyze, uit de handen der overige Vasthouders heeft weten te wringen, op het roepen van des Dicfs naam; onderwyl door dat eigen middel zelve, het Boek eene ronddraaijende beweging gevende. Aan deze en dergelyke kunstgrepen, meenigvuldigmalen, tot ontdekking van diefflallen, door knaphandige en doortrapte lieden , ten overdaan van eenvoudige Zielen, cn van den Dief zelve, in 't werk gedeld, behoeft althans niet noodzaaklyk, eenen Duivel te pas te komen. Dan, wy laten een iegefyk van deze Historie gelooven wat hem behaagd; Wy betwisten niemand een groot grzag, aan het verhaal en daar

uit

Sluiten