Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

28 REDEVOERING.

De Pcrfiaanen hadden dezelfde hinderpaalen en beJetfelen hunner kunstvorderingen als de Egyptenaaren. De ftudie van het naakt bij hun verboden; eene lange en fJeepcnde kleeding, en hangende hairen; gevoegd bij eenen Godsdienst zonder Tempelen of Altaaren ; waarbij zij het onbetaamlijk rekenden de Godheid onder menfchelijke gedaante voorteftellen: waren de redenen en omftandigheeden , die door de Oudheidkundigen worden bijgebragt, om welken de Tekenende Kunften bij hun minder toenamen , dan bij de Parthen, die met de Grieken meerder gemeenfehap verkreegen.

Het zij wij hierop met den reedsgenoemden ervaren Oudheidkenner winkelman vastftellcn,dat de Grieken, van tijd tot tijd in kunften tocnecmende, dezelven aan de Hetruriërs mededeelden; of dat wij daartegen met den geleerden en kunstkundigen riem (*) , deze laatstgenoemde bewooners van een gedeelte van Italiën, van dezelfde zwervende Pelasgers

uit

Weetenfehappen doen onderftcüen, in een gewest,alwaar thans Samojeeden en andere wilde zwervende horden in een onafgebroken winter Ieeven.

(*) a. kiem, ueber die Mahlerey der Alten, Berlin, 1787, 4t0- Pag- 7>-

Sluiten