Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5o REDEVOERING.

Wat de Schilderkunst betreft, hoe fpreekend een bewijs is het niet van de uitmuntende bekwaamheeden der talrijke groote Meesters, die in de voorledene Eeuw gebloeid hebben, dat alle buitenlandfche Vorften cn andere Grooten, die de kunst om haare bevalligheid en waarde beminnen en hoog fchatten, als om ftrijd naar .de bezicting hunner werken dingen; tot geen gering verwijt \roor onze eigen aanzienlijke cn vermogende Landgenooten, van zich zo veele onwaardeerbaarc Meesterftukken door den Kunsthandel te laaten ontvoeren!

Werdt het Brabandfche Schilderfchool beroemd door de meesterftukken van rubbens, van dtk, teniers, Jordaans en anderen? Het getal Hollandfche Meesters was niet minder groot,en hadt geene geringereverdienften, nadien zij , door onderfcheidene keuze van onderwerpen, ieder in zijn foort en fmaak uitmuntten. De ongemeene uitvoerigheid , en het tekenachtige hunner zogenoemde Kabinetftukken, moge aanleiding gegeeven hebben tot het verwijt, „ dat de Hollandfche Meesters, „ uit dien hoofde, geene groote werken tot „ openbaar gebruik konden uitvoeren en lee„ veren" (*): dit onnavolgbaare ftrekte onder-

tus-

(*) BÜSCHIWG §. 86.

Sluiten