Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

öndcr het getal der misdaaden behoorde, naa het verbod, en afkondiging van dezelve, eene misdaad ; — Wanneer nü een rechter bewezen vindt, dat de daad, welke door hem beoordeeld moet worden, eene door de wet verboden handeling is-, dan moet hij ook, overëenkomftig het voorfchrift van dezelve, recht doen, en, indien alle de yereischten der wet, in de voorhanden zijnde daad, gevonden worden, is hij verplicht, de ftraf dief wet ten uitvoer te brengen. Doch vindt hij geena dusdanige verbiedende burgerlijke wet, maar, wel met betrekking tot de daad, dat dezelve Hecht, en onbetaamlijk zij, zoo houdt zijne magt op, omdat deze daad dan alleen tot de rechtbank vari het geweeten behoort, en niet door een burgerlijk rechter beoordeeld kan worden. Gelijk wij geloven , dat door ieder, die hét onderfcheid tus* fchen flechte ofonbetaamlijke daaden,en misdaaden kent, gereedlijk zal worden toegeftaari;

III. Of de misdaad, waarmede iemand befchuldigd wordt, waarlijk begaan is, (dat is, met andere woorden, en gelijk men zulks gewoonlijk noemt,) of ef blijkt van hctCorpusDelicli.— De redenen, welke dit hoodzaaklijk maaken, zijn voornaamlijk de volgen^ de; i°.omdat inCrimineele Zaaken,de verplichting van iemand, welke tegen de wet misdoet, om de daarbij bepaalde ftraf te ondergaan; uit de daad B zet-

Sluiten