Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plichten overéénkomende denkbeelden, de Hechte en van deze afwijkende, te verdrijven; omdat hij, door dezen tusfchentijd te verzuimen, ten einde die gelukkige verandering in zijnen geest te bewerken, eene fnoode ziel verraadt, en weinig hoop, op zijne verbetering overig laat, en in hem derhal ven de grootfte graad, van kwaad opzet, blijkbaar is. — Maar hij integendeel verdient minder ftraf, die door eene onvoorziene beroering der ziel, bij voorb. eene rechtmatige gramfchap, enz., vervoerd, eene misdaad begaat; of die, door een aangeboren gebrek van oordeel, of van eene bijna ongeneeslijke ongefleldheid des ligchaams, of uit hoofde van een algemeen en verouderd vooroordeel eenig kwaad verricht; omdat een minder, en zomtijds zeer geringen graad van kwaad opzet bij hem te vinden is. — In hem vindt men immers, wel de kenmerken van eene zwakke, doch nog geenzints van eene Hechte, bedorvene,en voor alle verbetering onvatbaare ziel. —

Wij zouden meer over dit onderwerp kunnen zeggen, dan wij vermeenen, in het algemeen genoegzaam aangetoond hebben, de noodzaaklijkheid van dit onderzoek, waaruit den rechter alleen blijken kan , hoeverre de daad ftraf baar is, en de daader volgends het voorfchrift der wet, verdient geftraft te worden.

Wij

Sluiten