Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buiten ftaat, om de goede of kwaade gevolgen van deze daad te voorzien, niet zedelijk vrij was. —

De onmatige aandoeningen immers der ziel , bij de Grieken of pasfiën, doch meer eigentlijk bij de Latijnen, perturbationes animi, genoemd, (waarvan wij hier fpreken) ontftellen altijd de ziel, en overmeesteren het verftand. Misfchien is deze ook wel de reden, waarom pijthagoras en plato , aan de menschlijke ziel twee deden toefchrijvende (*), ^t eene gedeelte redelijk, het andere onredelijk noemende, in de redelijke natuur plaatften, hetgeen zij rust, bedaardheid, of gelatenheid, noemden, dat is, gelijk cicero dit vermMtxplacida* & quieta Confiantia, eene ftille en geruste ftandvastigheid, of eenvormigheid; doch in het redeloos gedeelte deze <r«6if, of perturbationes, die hevige beroeringen en bewegingen , van toorn, vrees , verlangen enz.

Dan wat ook de reden van deze Platonifche leer moge zijn, cicero getuigt, dat zulk eene ontroering der ziel hevig zij, en niet veel van krankzinnigheid verfchilt (t), en dat eene ontroer-

(*) Zie Brueker injjit. Hift. Phil. Lib. 2. Cap. Sect. ï.

i 1» Tuscul. Oua/l. Lib. IV,

Sluiten