Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepaaling van ftraf niet aan eenen rechter, maar aan de wet ftaat; en een rechter van de gewoone ftraf niet mag afwijken, of dezelve verminderen, omdat hij niet zachter, dan de wet, mag zijn (*). Het is wel eene waarheid, dat een rechter van de ftraf, bij de wet bepaald , niet mag afwijken, noch dezelve verminderen, naa eigen goedvinden, indien de wet, in alle opzichten, volkomen op de daad, die hij beöordeelen moet, toepaslijk is, en in dezelve alle de vereischten der wet gevonden worden. Maar het is aan den anderen kant ook even waar , dat het hem vrij ftaat, de ftraf te verminderen, wanneer de daad niet in alles overëenftemt met de wet, en daarom op dezelve niet toepaslijk gemaakt mag worden , of, wanneer de billijkheid eene verzachting van ftraf vordert, de omftandigheden van dien aart zijnde, dat de ftraf wreedheid zou zijn, en niet aan derzelver oogmerk beantwoorden (f). , Onze ftelling, dat alfkens niet met de dood kan geftraft worden, berust ook: eindlijk op het algemeen oogmerk der ftraffende wetten.

De

(*) Zie Nov. 82. Cap. 10.

CD Dit onderwerp kan men breder behandeld vinden bij Carpzovius Pr. Crim. O. 542. n. 1, fq. Leyzer. med. ad Pand. Sp. 645 med. 1. 1. en bij Matthatts de Crim. Lib. 48. tit. 18. Cap. 4.5.

F 3

Sluiten