Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wijze, zegt plato, ftraft niet, omdat ér is misdreven, maar omdat er niet misdreven zou worden; en waarlijk! het oogmerk der ftraffende wetten kan niet anders zijn, dan, door te ftraffen, den overtreder te verbeteren, hem het vermogen tot verdere misdrijven te benemen, en anderen van gelijke misdaaden af te fchrikken. Een kwaad, uit hetwelk niet iet goeds verwacht wordt, kan nimmer het werk van een wijs en rechtvaardig Wezen zijn; de ftraf derhalyen, die niet het een of ander van deze oogmerken bedoelt, of bereikt, is zoo onverftandig, als onrechtvaardig (*).

Indien men deze begrippen, welke, in het afgetrokken, waar en zeker zijn, toepast op alfkens, en vraagt: of een van alle de oogmerken der wet, door de doodftraf van hem zou bereikt worden, dan zal de Wijsgeerte weder ontkennend moeten antwoorden.

Immers met dezelve zou alleen voldaan zijn, aan het rampzalig verlangen van iemand, die, buiten het vrije gebruik van zijne verftandlijke vermogens , dit in zijne akelige droomen wilde , ook verbaast fcheen en ontftelde, toen hij hoorde, dat

de

C') Zie Pejlel in Addit. Jurispr. Nat. § 42. ÏJéti» droomen van een menfehemriend, pag. 316.

Sluiten