Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18

foMAükïTs Cornelis van hall, hebben dö „Ondergetekenden, gequalificeerden tot het fchouwen „der lijken van hedergeflagenen, in het Gasthuis dezer „ Stede, gefchouwd, twee dood zijnde vrouwelijke kinaderen, ons aangebracht, van buiten de Raampoort, „Van het Lange Blekerspad, uit een huisjen, leggende geheel gekleed, aan welk oudfte kind, wij „gevonden hebben, geene andere uitwendige beledi„ ging, dan eene groote dwarsfe wond aan den voorkant „ van den hals, doorgaande door de bekleedzelen, de „.fpieren, de luchtpijp en flokdarm, tot in de zelfftan„digheid van een der halswervelen, met doorfnijding „der wederzijdfche krop-flagader en kropadcr; aan het jongfte kind vonden wij mede geene andere uit„wendige belediging, maar eene dergelijke dwarsfche s,halswond, gaande door de bekleedzelen en fpieren, „door de luchtpijp en flokdarm, cn door de kraakbee.,, nige zelfllandigheid, tusfchen twee halswervelen, „tot in het ruggemerg, met doorfnijding der groote „halsvaten; welke halswonden, in beiden de voorwer„ pen, wij doodlijk verklaaren."

Amfterdam den 23 Julij, 1795.

( Getekend')

a. bonn.

d. van rhijn.

francois jas.

B Y-

Sluiten