Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( *o4 )

Dewyl het vermogen om te kunnen be* wyzen, hier het verbod uitfluit, zo kon men zonder eene nadere uitbreiding niet ftellen , dat dit verbod zou werken, zo lang over dat vermogen niet geoordeeld en by vonnis verftaan wi"rd , dat het hun ontbrak. Confeouentelyk , behelzen de voorzeide woorden niet eene inhibitie, maar enkei eene verplichring , om hun recht te moeten aantonen , en dat wei binnen zodanig een tyd , als door de Skaten der Provmtie peremptoir zoude voorgeschreven worden , aan de gebrebgen ; alzo in die woorden , daar toe geen tyd is bepaald.

Deze letteilyke zin dier woorden , wierd onder anderen niet weinig geitaafd , door zeker voorbeeld , te vinden in de Reiolutien van Ridderichap en Steden , anno 1634 in de jachrtyd zelfs voorgevallen , luid nde al ius. Op de requeste van Jonker Diederich van Heiden , Commandeur van Oetmarsfen , dolerende over het jagen van de ingezetenen des Stedekens Oetmarsfen , als me le van Balthazar op ten Berghe , geappoincteert; zullen aio V Stedekens Oetmarsfen , fo fy vermeinen recht totte jacht te hebben , in die tyd van een maent, voir die Ordinair Gedeputeerden daar van behoirlyck doen blyken , ofte anderzins haer des jaegens ontholden. Angaande Balthafar op ten

Ber-

Sluiten