Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 205 )

Berghe , [al die jacht niet mogen gebruiken , by de boeten daer tho ftaende.

*****

Indien nu het gemelde verbod, van het vernieuwd Placaat, in 1628 , een? inhibitie was geween"; dan zou die van Ootmarfum in 1634 ni^t zvn bevolen gewoiden , om zich anderzins » namendyk , indien zy hun recht niet binnen een jaat' toonden, van de jacht te onthouden; maar dan zouden zy in de boeten zyn geflagen geworden, by het Placaat vermeld, en hun als nog gelaft zyn , om zich inmiddels van de iacht te abftineren.

Dit word ook insgelyks beveftigd door zekere brief van de Gedeputeerde Staten , aan de Burgemeefteren van Oldenzaal, en door den brief in antwoord , beiden van den jare 1559 , ter gelegenheid dat 'er tusfchen eenige Edelen en die van Oldenzaal, en eene opmoetinge op de jacht , eenige fytelykhcden waren voorgevallen. Aldaar gelaften hun Ed. Mog. aan die van Oldenzaal, ten naaften Landdage, hun bewys van recht tot de jacht voor te brengen , en intuffchen zich voortaan alle dadeiykheden te onthouden , ten einde geen Militair employ , ter afweringe van zulks , moge werden veroorzaakt. Waar op die van Oldenzaal antwoordden., P 3 dat

Sluiten