Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 3*9 )

Dog men gelove het vry, zy zullen niet tot wanhoop overflaan ; want reeds zyn zyn wanhopig. Wat dog moet men 'er anders van denken, wanneer zy in 't flot van hun requeft zeggen, opdat eenmaal hun noodlot beflisfende bepaald werd ? Wil dit niet bedektelyk zo veel te kennen geven , als of zy zeiden „ wy zyn tot zo eenen akeligen „ toeftand gebragt, dat d'onzekerheid of wy „ daar uit gered zullen worden dan niet, ons „ ondraaglyk voorkomt, en wy, hoedanig de „ bellis zyn moge, dezelve nog liever fpoedig „ te gemoet zien , dan langer in twyffel te „ blyven. Vinden hun Edel. Mog. goed , j, ons verligtinge in onze jammerftaat te „ gunnen , dan weten wy , dat wy ar,? beidzaam kunnen blyven, en dan zal de „ hoop van allengskens de geledene fchade „ te kunnen te boven komen , ons nieuwe „ moed en kragten geeven. Omgekeerd , „ mogen wy geen herftel erlangen , dan „ weten wy ten minften , dat alle verdere „ arbeid en moeite voor ons te vergeefsch 5, is, dat wy niet dan voor het Grove en 5, klein wild zouden moeten zaayen , en dat „ wy nooit zo veel kunnen inzamelen als no„ dig is , om de kosten goed te maken , „ veel min zo veel overwinft te hebben , „ dat vry eik naar belang van onzen ftaat, „ een middel van beftaan daar uit kunnen „ vinden : Dan bewuft, dat wy , die Z 3 ,, reeds

Sluiten