Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING, xvii

tot aan de toppen der gebergten. Het geheele eiland was een enkel bosch, pronkende met de fchoonfte boomen. Men onderfcheidde 'er verfcheiden gedachten van palm» bambou , ebbenhout, biesbosfchen voor de fchoonfte matten van allerlei foort, den takamak, het riekende hout, en eene menigte van de kostbaarfte boomen.

In den eerftentijd, dat dit eiland bewoond werdt, maakte men alles tot vlakten door het vuur. Het zou verftandig geweest zijn, houttuinen van afftand tot afftand gelaten te hebben. De regens, die in de warme landen zo noodzakelijk zijn om de aarde vrugtbaar te maken, vallen bijna nooit in de vlakten; want het zijn de bosfchen die de regenbuijen aantrekken en de vogten impompen; behalven dat, hebben hierdoor de bebouwde landen geen befchutting tegen de hevigheid van den wind. De vlakten, geopend zonder overleg en zonder regel, hebben een nog veel grooter kwaad gedaan.

De verheven, met hout bewasfen heuvels, die bij de haven ftonden, en dezelve tegen de * * woe-

Sluiten