Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OOSTINDIËN. 109

deloosheid, onder die bekwaame kunftenaars te brengen, die in ftaat zijn om met voordeel de mededinging met vreemde kunftenaaren uit te houden? Hebben zij dan geene'manufactuuren, geene foorten van vernuftigen arbeid die roemenswaardig zijn ? Onze tapijtwerken uit de Gabelins, de tapijten der Savonnerie, de rijke ftoffen van Lijon , de fijne lakens van Louviers, de glans en beftendigheid onzer verwfappen, de tekeningen , de kiefche fmaak, die de werken onzer kunftenaaren kenteekend; de fchoone porceleinen van Seves, de groote glazen van Saint Gobin,', en eene oneindigheid van andere manufactuuren min of meerder belangrijk, bewijzen. dunkt mij , op eene beflisfende wijze dat het Frankrijk aan geen vernuften ontbreekt. Wil men die jammerhartige verachters onzer kunsten tot ftilzwijgen brengen, men vraage hun dan welke de vorderingen dier kunften zouden zijn , indien zij vrij waren , en aangemoedigd wierden , en indien een dwaas vooroordeel de geenen die 'er mooglijk door hunne opvoeding het meest toe gefchiktzijn, niet verbood om zich aan derzelver beoefening over te geeven. De verlichte mensch veracht niets dan'het i geen fchaadlijk of nutloos is: hij eerbiedigd elk I beroep dat, der Maatfchappij voordeelig is; hij • weet dat de werkeloosheid de eenigfte bron vaa 1 ondeugd en ellende is; hij zugt, daar hij een meei nigte handen in de ledigheid ziet houden , door

dat

Sluiten