Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OÖSTINDIËN. 133

dooling, van de oppervlakte der aarde verbannen worden; zij moet wederkeeren tot haar Niet, waar uit zij alleen tot het ongeluk van het menschlijk geflacht geiproten is. Heeft zij dan in alle de harten zulke diepe wortelen gefchoten, dat het onmooglijk is om 'er die uit te rukken? Waand men dat het zoo moeilijk zij om de Wilden te overreden dat de groote verwoestingen een noodzaaklijk gevolg van de wet der beweging zijn? Zal de Natuurkundige, door middel der afleiders, naar zijn welgevallen, het vuur des hemelsr beftuuren? Zal hij uit de wolken, door het behulp dier vliegers de eleclrique ftof putten die 'er in befloten is, zonder dat de ooggetuigen dier beflisfende waarnemingen de nuttigheid van de beftudeering der Natuur erkennen? Dit ziende, zal de Wilde ophouden, zich over het achtbaar geluid van den donder te ontrusten; dan zal hij, wanneer de oorzaak daar van hein onbekend is, oordeelen dat zij den Natuurkundigen, 'die 'er zich meester van heeft weten te maaken, niet vreemd is; en dit denkbeeld is genoeg om hem van zijne vrees te ontheffen. Het zal even zoo met de uitwerkingen derorkaanen, en der aardbevingen zijn, indien men hem in de zelfltandigheden, die hem gemeenzaam bekend zijn, natuurlijke ontbrandingen, beroerende bewegingen, en uitwerkingen, welke in alle opzichten met deeze gelijk.zijn, aantoont. Men moet niet waanen dat hst verftand van den mensch zoo bepaald is, I s dan

Sluiten