Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ÖOSTINDIËN.

moeilijken weg tot hem zoude komen, dat hij verzuimd had om de brug, die 'er den toegang mooglijk van maakte, te doen afbreken. Dit verzuim van den kant van iemand, die een aanval Wagtte, is in de daad onbegrijplijk; want men wist, federt dat hij opentlijk gezegd heeft: De lieden van Foulepointe zullen mij zeer fpoedig óm teruggave van het magazijn, waarvan ik mij meester gemaakt heb, komen vraagen; zij zullen mij hier door groot genoegen aandoen, wijl zij mij dan van de moeiten bevrijden om hun te Fou» lepointe te gaan aanranden.

Zoo dra de Heer Larcher met zijn gefchut de brug over getrokken was, hoorde hij duidlijk de beweging der fchatisgraverert. Weinig tijds daarna kwam de patroelje, die op kundfehap uitge* zonden was, melden, dat zij eene roode vlag zag; dit is het gewoone teken . van oorlog op dat eiland. Ter ftond gaf dé Heer Larcher Bevel tot het vifiteeren der geweeren, en maakte zich gereed om in orde van batalje naar den vijand te trekken. Men wierd vijftig huizen gewaar* die geregeld geplaatst waren, van welke 'er e'e'n was dat grooter en hooger was dan de andere. Men oordeelde dat dit van Benyouski ware;men zag de fterkte noch niet, zij wierd dour een kleen gedeelte van een bosch verborgen. Zoo dra men dezelve kon onderfcheideu, zag men omtrent honderd mannen zich in aller ijl daaf naar toe begeeven.

p Dee*

Sluiten