Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 165 )

rjisfen hebben kunnen uitgefproken worden ?

De Keizers Theodofius , Arcadius en Hotiorius fchreven aan Ruffinus een hunner Landvoogden : , Indien iemand van onze „ perfonen kwaad fpreekt , of wel van on„ ze regeering, begeren wy niet dat hy zal ,, geftraft worden ; want is het uit ligtvaar„ digheid of onagtfaamheid , moet men 'er

niet op letten en zich vergenoegen , hem „ met veragiing aan te zien : is het uit „ dwaasheid , moet men 'er medelyden me„ de hebben en hem beklagen : is het uit ,, opzetlyk voornemen om 't iniurieen, dan ,, moet men weten te vergeven." Jofephus volgd dezelfde grondbeginzelen in onze dagen.

Een der ware oorzaken van alle de we. derwaardigheden der Grieken is, dat zy nooit den regten aart {en de palen van de geeftelyke en wercldlyke macht gekend hebben , 't we!k natuurlyk te weeg moeft brengen, dat men aan beide kanten in gedurige dwalingen verviel. Dat groot or.derfcheid tusfchen den geeftelyken en wereldlyken arm , 't welk de grondflag is , waaruit de rust der Volken ontflaat, berust niet alleen op de godsdienst, maar ook op de reden en de natuur , welken vorderen , dat zaken die van den anderen gefcheiden zyn en ook niet dan gefcheiden kunnen

Sluiten