Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( »7i )

ken 5 en eene groote dog oude Monarchie. Schoon die Republieken beftendig van binnen onrustig waren , vonden zy enig geluk in hunne vryheid , terwyl de onderdanen van de Grote Koning in de langdurige ruft en vrede , de verligtinue hunner flaverny befchouwden. Alexander veranderd in tien jaaren, het lot dier Volken ; dog nauwïyks was die overwinnaar overleden , of zyne Generaals bevogten de een den anderen, ieder zich tot Vorft van een gedeelte van zyn wyduitgeftrekt gebied zoekende te verheffen , en Azië bleef het toneel- van beftendige Oorlogen.

Dat men zich dus het noodlot en den gelukftaat van die wyduitgeftrek.e Landftrekeri verbeelde , toen zy zich ten prooy zagen van de eerfte gelukkige Soldaat, die 'er zig meefter van maken wilde. Wy fpreken ! hier niet alleen van de Ptoloméen, Cos» I [anders , Antigonusfen, Eumenesfen en an: deren , die zich nog vercierdeu met den i luifter , die dcor Alexander op hen nedergedaald was; maar van alle die kleine geweldenaars , welke hen opvolgden : maar van de Koningen van Bithinie , Pergamus, Cappadocie , Pontus , en wat dies meer is. Welke andere dryfveer dan de vrees alleen kon de Volken aan zo eene regee. i ringsform 3 -en welk eene andere beweeg1 reeden dan de gierigheid kon den Vorft aan het 1 Volk verbinden. lij

Sluiten