Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 355 ) Vervolg der

TQELIGTENDE AANMERKINGEN

over de

VRYHEID,

de ftaat van een Vorst te beklagen , die zich door argeiis eigen laat mislyden , hoe rampfpoedig is ook niet de toèftand van het Volk , en wat hoop blyft 'er dan toch over , voor de befcherming van het algemeen. De beste Vorsten hebben dikwilt fnoode raadslieden , maar de kwaden hebben nooit anderen. Hoe zar men in zulk een geval hunne razenry bepalen en de verwoesting ftuiten , die ze maken zullen ï Het gaat met die werktuigen en aanraders nooit beter , dan wanneer alles ten hoogften trap' geftegen is; hoe 'er meer van 't Volk geroofd wordt , hoe hun deel van den buit grooter is; en kan men dierhalve niet met grond zeggen , dat 'er geen grooter ellende dan die, voor een Volk te duchten is.

Dé opvoeding vari' zodanig een Vorst 2 Stmtsm.Mjsng.Oct. (Bb> rm

Sluiten