Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

v co;

Gij niet wat al te goed te zijn, als ge hen alleen beklaagelijke Dwaazen noemt; Gij kunt ü niet verbeelden, dat 'er zulke menfchen zijn! Die het zeggen durven, zijn 'er zeker; doch 'tis moeilijk tegelooven, dat'eré^n geweest is , die het in zijn hart gemeend heeft: want hebben zij kennis genoeg gehad, om van de waereld te oordeelen: Hoe komt het dan, dat zij den Heere van de waereld niet gemakkelijker gevonden hebbent

Immers, het geen van hem onzienelijk is, als Zijne eeuwige Magt en Goedheid, wordt van de jcheppinge der waereld af, uit de Schepfelen verjlaan en befchouwd; zoo dat zij niet te verontfchuldigen zijn, dat zij God gekend hebbende, Hem niet als God verheerlijkt of gedankt hebben: maar zij zijn verijdeld in hunne redenen, en hun onverhandig hart is verduisterd geworden: want zich üitgeevende voor Wijzen, zijn zij Dwaazen geworden.

Zo ik mij niet bedrieg, mijne Vrienden! hebbe ik Gods beftaan, uit een algemeen bekend voorbeeld, ü reeds genoegzaam aaDgeweezen.

Niets is 'er immers, nmden ongeloovigen te overtuigen,dat 'ereen God is, algemeener, dan hem aan te toonen, dat de dingen, die wij zien niet uit zich zeiven; maar van een ander voortkomen ; en dus, dat 'er noodzaakelijk een eeuwig Wezen, waarvan alle begonnen zaaken haa« rèn oorfprong hebben , erkend moet worden.

Gij kunt dan, uit alle gefchaapene zaaken gemakkelijk den Schepper van alles kennen; en ook door dezelvde redenen, die U van Zijn beftaan verzekeren, te gelijk overtuigd worden, dat Hij niet alleen de Schepper, maar ook de Onderhouder en Beftuurer van alles is: want beftaat 'er

Sluiten