Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 13 )

randen, en zeggen, dat zeeën dceltjen vatjGodS Adem of Aasjem is. Zij brengen alle met veel geleerdheidbewiizen voor hun zeggen bij; doen zijn het nog niet eens; weeten nog met wie gelijk heeft, en imusfehen zijt gij, hoe eenvoudig ongeleerd , zonder met al hun kibbelen uw hoofd teb-eeken, wel verzekerd, dat uwe ziel niet alleen het leven van uw lichaam; maar ooK een geestelijk, en dus een onftoffelijk en onfterflijk wezen; ja het afbeeldfel, of eene gelijkenis van God zelf is.

Alle gedierten, in de lucht, op, of m de aarde en het water: als ook de boomen, planten en srewasren, die gij ziet dat leeven, zegC gil dat een foort van ziel hebben: want zoo haast ze dood zijn , zegt gij: fchoon 'er in zommige, voor wat tijds, eenige beweeging over bhj t, %x is "een ziel meer in! Hier uit belluit gij mede, dat de ziel het leven van alles, en dus ook van uwligchaamis. Maar de ondervinding overtuigt u daar en boven nog, dat uwe ziel veel verhevener dan die van alle redenlooze wezens, geheel geestelijk, onfterffelijk, en in veele zaaken, als we het dus mogen uitdrukken, aan God gelijk is. Dit immers, dat gij geduurig naar geluk verlangt, en echter altijd over het een of ander klaagt, kan u tot een bewijs yerftrekken, dat uwe ziel veel meerder zoekt, dan er m geheel de waereld te vinden is. Een giengaart, en eerzuchtige menfchen doen kwaad, om dat zi| nooit te vreden zijn; doch niet, om dat zij naar meer verlangen; maar, om dat zij al hun geluk Hellen in zaaken, die zi} enkel als middelen tot hun waar geluk gebruiken moesten: want het is zelfs den mensch, zoo lang hij leert, mee nogelijk, zoo vergenoegd te leeven, dat hij

li 2

Sluiten