Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 23 )

Hij door haar zelve tot ons, en verzekert, dat Hij is; en alles wat 'er is heeft voordgebragt: op alle die andere wijzen , fchijnt Hij ook tet ons te zeggen : De werken die ik dte.... geeven getuigenis van mij Schoon gij mij niet wilt ge-

looven, gelooft de werken: op dat gij weet en gelooft , dat ik de Heere ben. Alles immers wat •wij, op die andere wij zen , door de natuur verftaan , zijn werken en eigenfahappen, die van niemand dan van God, hunnen oorfprong kunnen hebben.

Daar men nu de bewijzen vraagt, welke de natuur oplevert voor het beftaan van God; en niet welke bewijzen God van zijn beftaan ons geeft, is het zeker, dat men, in dit antwoord, door het woord natuur verftaan moet, die werkingen eigenfchap, welke men inallegefchapene zaaken ziet, en van Diemand, dan van God haar wezen, kracht en duurzaamheid, ontvangen hebben, en behouden.

Op deze wijze levert de natuur, voor het beftaan van God , zoo veele en zulke overwinnende bewijzen op, dat gij, hoe ongeleerd ook anders, den waanwijzeD Godverzaaker, of befpotter van den godsdienst, ooor dezen gemaklijk den mond kunt ftoppen , en dus vol troost eo blijdfchap zeggen moogt: De overwinning die de waereld; dat is de boosheid, overwint is ons geloof!

Gij begint, zo't fchijnt wat vrolijker toeteluisteren! Ja,zegt gij: ik verlang naar die bewijzen al: nooit hebbe ik aan Gods beftaan getwfjfeld; doch ik bemerk nu reeds, dat het weeten van die verzochte bewijzen, mij ten hoogften aangenaam en nuttig weezen zoude.

Sluiten