Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c 24 y

Welaan de eerfte 2al ik u tooncn in het

TWEEDE HOOFDSTUK,

Uit eene befchouwing van de Lucht.

Als men van de Lucht fpreekt, vcrftaat men dikwijls hier door het Uitfpanfel,of den Hemel, waarin wij de zon, maan en fterren zien; doch dit is eigenlijk die niet, daar ik nu, tot u van fpreeken wil; neen, de Lucht, die ik bedoele , is een vloeibaare , dunne en doorfchijnende Jloffe , ■welke , door haare drukkende en opfpaiv.ende kracht, verbaazende zaaken uitwerkt , en , op veele gefclmapene zaaken, zulk een invloed heeft, dat 'er noch menfchen, noch dieren, zonder d& zelve leeven kunnen. Ziet hier: uit een gering voorbeeld zal ik u dit toonen. Wat doet die jongen daar ? Hij zal dat doosjen breeken ? hij zal niet , zegt gij: hij prikt 'er alleen maar gaatjens in, om zijn gouden tor in het leven te bewaaren.

Wat zijn de kinderen toch onnozel! doet hij dit misfchien om zijn tor een uitzicht te bezorgen, gelijk wij door onze opene venfters,

of glazen ramen hebben ? > wel neen, is

uw antwoord, hij doet het, op dat zijn tor zou blijven leeven, kan hij door die gaatjens ,

zijn tor dan eeten geeven? ook niet: hij

doet het enkel, op dat door dezelve, in het doosjen, het welke hij vreest, datzonder diete digt zou weezen, voor zijn tor, de nodige Lucht zal komeut —r—• Heeft zijn tor dan ook a3

Sluiten