Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 29 j

getl• water ook niet zijn! Daar en bovëtti t hooiland, dat zoo mooi begonnen had te winnen , kon niet meer voordkomen * 'er zou haast overal gebrek aan gras, en groot gevaar geweest zijn, dat het koorn, en andere veld - en tuinvruchten geheel zouden verdroogd zijn; ja 'ef waren al hier en daar, vëele flooten zodanig iiitgedroogd, dat verfcheiden boeren hunne beesten in het land het water brengen moesten.

Wel Vriend! — uwe vertelling is ruim lang genoeg, doch ik heb u met geduld gehoord , om tlat ik nu, met weinige woorden , veel wonders van het water u zal kunnen róonen. — Gij fchijnt 'er, (enzo zullen 'erzelfsveelen zijn ) rrog niet veel op gelet te hebben; en altans het

regenen voor niets bijzonders aan te zien. j

Maar bedenk fiechts uwe eigene woorden eens! eerst zegt gij, vleien 'er groote druppelen , en toen regende het tóe/ water: zo dit laatlte was Waar geweest, waar zoudt gij gebleven zijn?

Nu heel Water, gij zijt ook Zo begrijpelijk ; maar 't is zeker, het regende met een vreesfelijk geweld. — Mij dunkt,.gij merkt iéts, en maakt lm over het. woord heel water, eenige zwaarigheid!— Waarom is Jat? gij verbeeldt u, dat het een wolkbreuk geweest is: waarom zegt gij dan niet rond uit, dat al dat water zö gelijk naar beneden kwam? ik zeg nog, 't viel magtigfehielijk ! goed; maar ,'t wil 'er nu nog niet uit; waarom zegt gij niet, 't viel gelijk ? -—^ wel, om dat het, als iemand het zo begrijpelijk opneemt, niet waar zou weezen; want zeker, door zo veel water, dat zoo gelijk van boven viel, kon niemand heen loopen, neen , 't zou hem jieêrgeflageü en verplet rerd hebben—Genoegd € i

Sluiten