Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(47 )

DERDE HOOFDSTUK.

Uit het denkbeeld van waarheid en leugen.

Tweemaal twee is vier: dat is de waarheid;

neen, tweemaal twee is drie: wat een

lompe leugen! — waarom? — wel, om aat tweemaal twee, nooit meer of minder dan vier kan maaken. Hebt gij 't'rekenen zoo wel geleerd, dat. ge daar zoo vast op (laat, en er aanftonds zoo meesterlijk van fpreekt. Neen: ik heb het nooit geleerd; doch geen honderd rekenmeesters, zij mogen zoo geleerd zijn als zij wilden , zullen mij ooit zoo mal praaten , van te gelooven, dat tweemaal twee, maar drie is. Kom , dat is gekheid; dat weet mijn kleine jongen beter ! Belooft hemflechts, dat gij hem

Tweemaal twee duiten geeven zult, en geeft hem dan in twee reizen, drie , ik vei zeker u , dat hij u maanen zal, en zeggen dat hij nog een duit moet hebben. — Of gij hem al zeidet, dat tweemaal twee Hechts drie maakte, hij zoude u niet gelooven , en als gij weg waart, mij wel zeggen :4at hij gefopt was; gij hebt dien jongen zoo geleerd, om dat gij zelve nog zoo een ouderwetfehe teller zijt,- maar zijn 'er niet wel meer zaaken anders, dan gij te vooren u ver-

b -eldet'^ ja zijn 'er zelfs met veelen, die

waarlijk veranderd zijn P Kan het niet gebeuren, dat iets, dat gisteren waar was, van. daag een lcu.tcn is p In zaaken, die veranderen kunnen, zegt gij, hebbe ik het zelve dikwijls ondervonden. • Wel daar'er nu zoo veele zaaken

veranderen, en de nieuwerwetfche Geleerden D 3

Sluiten