Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C6o )

TWEE DE HOOFDSTUK* Als een volmaakt wezen.

Daar de rederi, alt het denkbeeld van voP maakt en onvolmaakt, u reeds een overtuigend Bewijs voor Gods beftaan heeft opgeleverd, is 't bijna geheel onnodig u te zeggen, dat wij God kunnen kennen, als een allervolmaaktst Wezen :■' want, hebben wij zelfs geen denkbeeld, van volmaakt of onvolmaakt, dan hier uit, dat, naar onze gedachten, het eene beter dan het ander is, en 'er dus noodzaakelijk iets moet zijn, dat het allerbesteis, dan begrijpen wij ook, zonder moeite, dat 'er een wezen zijn moet, waar van de volmaaktheid zelve haar begin heeft; of dat uit zich zeiven alle volmaaktheden, op de volmaaktfle wijzebezit, of weder, eene eeuwige volmaaktheid zeke is.

Mijrt begrip, zegt gij, of alles Wat gij daar zegt, is zeker zeer onvolmaakt: want ik doe. zoo mij dunkt, nu al heel wat moeite, cn begrijp het nog niet. — Het mijne en uwe is zeker verre v ara volmaakt te weezen ; maar laat ons zien of wij, door eene eenvoudige gelijkenis , onzer beider onvolmaaktheid niet wat verbeteren kunnen, en hier toe eens onderflellen, dat 'er in de geheele waereld één mer-sch was, van wicn alle de anderen, alle hunne magt, wectenfch.-.p, wijsheid, goederen , en, met één woord , alles wat tot bun wezen, werking en onderhoud , noodig en nuttig was, ontvangen moesten, en zelfs op geene andere wijze of door iemand anders iets bekomen kwaden, den door hem ■ vu 200 b*m bs-

Sluiten