Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(,«3 )

0m eenig denkbeeld vandeszelfs onbefchrijfdijke grootheid te bekomen , in 't minst niet hinde*

Jen. „een, dan zelfs, als wij de in onze

oogen geringde zaak, welke Gods almagt uit niets heeft voordgebragt, befchouwen, zul.cn 'wij met alle zekerheid uitroepen: daar zal geen ding bij God onmogelijk zijn!

Onder dc voornaamfte blijken van Gods almagt , mogen wij evenw-1 ™eC rcden on,? ,elS,ea wezen, ons geeftelijk en (loffelijk beginfel; dac is, onze ziel en ligchaam achten.

Overdenkt maar alles wat 'er in de Inleiding, hier van gezegd is. — dat wc uit ons zei ven niet zijn; maar dat God moet erkend worden , als de oorzaak en onderhouder van geheel ons wezen , is daar reeds duidelijk aangetoond. Dus bkjkc het dat God, uit de befchpuwing van ons eigen zeiven, gemakkelijk als Almagtig gekend kan worden; want, het wezen, de krachten en eigenfehappen onzer ziele en de leden en wei i king van ons ligchaam, tooncn in hun beginfel en voordduuring overtuigend aan , dat niets dan een "almagtig wezen, de oorzaak en onderhouder hier van zijn kan. — 't Is zoo, zegt gij, nruar het verwondert u , hoe God, dien gij. Uit de \>afchoiïwing van uw eigen zeiven, en alle gefchaapene zaaken, zoo gemakkelijk als almagtig kennen kunt, verdraagen kan, dac menfchen, die hij niet alleen gefchaapen heefc,maar ze! fs alle oogenblikken onderhouden moet, hem loochenen, lasteren enbefpoiten! — Gods oordeelen, mijne vrienden! zijn zeker onbegrijpelijk voor ons; maar in deze zoo verbaazende toelaating , welke God, voor wat tijds, omtrenddie drafwaardige fchepfelen goedvindt, kunnen wij een duidelijk be#y» E 3

Sluiten