Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

f H )

voor Gods almagt vinden. — Ziet wat is daf vogelfjen hoos! gij zorgt dat het eeten en drinken heeft, en het is nog kwaad! — fla dood maar : waarom' toont gij niet, dat zijn leven! van u afhangelijk is? — om dat het, antwoord gij, geen kwaad kan doen: -— neen

?c is gramfehap zonder krachten! als ik hec

vreezen moest, zoude ik mijn kracht wel toopen; doch nu ifoor ik mij aan zulk eene boosheid niet! -—y Dit zelfs dan, dat gij tegen dit vogeltjen uwe magt niet toont, is een bewijs, dat uwe magt ten opzichte van het zelve zoo groot is, dat het met ?1 zijne boosheid, u in 'C

rniofte niet hinderen kan? wel ja! genoeg

8j weêr: God is Almagtig, God doet den boo^

zen goed; zij lasteren God ! < maar zoudt gij

nu nog vraagen , waarom God zijne almagt niet teiftond gebruikt, om die ondankbaare en 't leven onwaardige' fchepfelen , te vernielen? reen r,u niet meer, zegt gij, ik durf wel zeggen, dat ik geen reden van Gods gedrag kan geeven; doch ik zie nu uit het bijgebragte voorbeeld wel, dat dit zelfs een bewijs van Gods almagt is , en wjj dus God gemakkelijk kun* pén kennen, als een Almachtig wezen.

Nu zal ik u daar bij doen zien, in het

VIERDEHOOFDSTUK;

Dat wij God kunnen kennen, als een wijs en Alweeiend Wezen. «——

Dat Gods Wijsheid zo min als zijne Almagt^

Sluiten