Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 65 1

paaien heeft, zien wij, om nu van andere zaaken niet te fpreeken, klaar genoeg, inde fchepping

en onderhouding van ons eigen wezen. %i'

is immers, noch in ons geescelijk, noch in ors ftoffelijk beginfel iets, of het verzekert ons, dat God, zoo alwijs, als almagtig is, dewijl men , in het een en ander, alles zoo gefcmkt vindt, dac de almagt zelve, zonder eene aliervolmaaktüe wijsheid , de oorzaak en onderhouder, van ons verheven wezen, niet kon zijn.

Alles-lmmers, het geen wij, omtrendonze ziel ligchaam hebben aangemerkt, doet ons zien, dac de almagtige fchepper, in one zulk een beftaan te geeven, deuitmuntendfte inzichten, naar onze wijze van fpreeken, zich heeft voorgefteld , en ter bekoming van dezelve, ook zulke middelen uitverkoozen, dat zijne volftrekte of laatfte wil, hoe onbegrijpelijk ook voor ons, in alles onfeilbaar wordt volbragt. — Wordt nu een mensch wijs genaamd , die zijne inzichten zoodanig fchikt* dat hec eene een middel tot het ander worde, en te gelijk zulke middelen gebruikt, waar door hij toe zijn laatfte oogmerk komt ? — wie ziet dan mee , dut men God, uit de fchikking van ons wezen, ja van al het gefchapenc , en de middelen, welke hij ter bereiking zijner einden dienen doet, als een alwijs wezen/gemakkelijk kennen kan.

Daarenboven volgt hier nog , als van zelf uit , dat God , die door zijne onbepaalde magt en wijsheid , de oorzaak en onderhouder aller gefchapene dingen is , noodzaakelijk al weet end zijn moet: immers is God zodanig de eerfte oorzaak en onderhouder aller gefchapene zaaken,. dat 'er zonder Gods E 4

Sluiten